Misschien lijkt hij, of zij, een beetje op een garnaal. Hoewel het hoofd, als het dat is, meer te maken heeft met een giraffe, of een soort paard. Dat heeft ook te maken met die twee aandoenlijke voorpootjes, als het dat zijn, omdat giraffen nu eenmaal vóór kortere benen hebben dan achter. Ze staan sowieso schuiner op hun benen dan paarden en deze ligt zelfs lekker achterover op zijn/haar stoel.

Als Immanuel Kant, de Duitse filosoof uit de 18e eeuw, dit zou lezen, zou hij waarschijnlijk uitroepen, ja, ja, ja, zie je wel! En hij zou zich verkneukelen omdat ik niet opschrijf wat ik zie, want daar heb ik geen woorden voor, maar omdat ik opschrijf waar dit beeld me aan doet denken, aan dingen waar ik wel woorden voor heb: giraf, paard, kop, benen. Dat beschreef hij al in zijn 'Kritik der reinen Vernunft': je ziet de dingen niet echt, zoals ze zijn, maar zoals ze zich aan je voordoen. Als ik nooit een giraf gezien had, zou dit beeld niet het woord giraf in me oproepen. Ik kan er alleen maar iets in zien, wat ik ooit ergens anders heb gezien, of iets waarvan ik me kan voorstellen, dat het er ongeveer zo uit zou kunnen zien. Kant zou zeggen: 'Das Ding an sich ist ein Unbekanntes'. Het ding op zichzelf, datgene wat het zelf écht is, kan ik niet kennen. Ik kan hooguit iets herkennen, waar het op lijkt.

Laten we ons even voorstellen dat Maartje Korstanje, de beeldhouwer van dit werk, een absolute kenner is van wantsen. (Natuurlijk weet ik niet of ze dat echt is.) En laten we ons even voorstellen dat zij de moeite heeft genomen om de bezadigde Heteropterus Elephans (olifantenwants – bestaat waarschijnlijk niet) zo zuiver mogelijk na te bootsen. Dan zegt mij dit ding nog steeds niks, want ik heb nog nooit een echte H.Elephans gezien.

Wat blijft er dan over voor ons, sculptuurtoeristen? Genoeg, geen zorg, genoeg. We kunnen onze waarneming van deze sculptuur beleven. Niet onze hersenen, met hun kennis van alle categorieën en ondercategorieën van wantsen zijn belangrijk, maar ons gevoel. Dat weet Maartje ook. Hoogstwaarschijnlijk heeft ze niet een echte wants nagemaakt, maar een ding dat bij mij een wantsgevoel oproept. Of een garnaalgevoel. Of de smaakzin van een lekker hardgebakken amandelkoekje. Of een mix van dat alles. Zelfs het woord 'gezapig' kwam bij mij op. Niet zomaar uit het niets, maar opgeroepen door iets in dit beeld.

Maar deze sculptuur ís niet gezapig, ís geen amandelkoekje, geen paard, giraf of garnaal. Ik kan het Ding waarnemen. Ik kan het zien, betasten, ruiken als het geur afgeeft en horen als het geluid maakt. Ik kan het ervaren als een geheel nieuw ding in mijn bestaan. En ik kan erover praten met u, voor wie het misschien ook een geheel nieuw ding is.

- Zeg, wat vind jij hier nou van?
- Ik weet niet, het is moderne kunst zeker, daar weet ik niet zo veel van af.
- Oh, moet je het dan niet kunnen begrijpen'
- Nee hoor, als je er maar wat in ziet, is het al goed, geloof ik.
- Tja, maar wat is dan de bedoeling?

Daar zou Kant wel raad op weten. Hij zou vier fundamentele stellingen geven:
1 het smaakoordeel is belangeloos
2 het smaakoordeel is zonder begrip
3 schoonheid is iets van de uiterlijke vorm, doelmatig zonder doel
4 iedereen vindt het mooi, er is een noodzakelijk welbehagen

Als je goed kijkt naar deze 'sculptuur zonder titel' van Maartje Korstanje, als je er even rustig bij gaat zitten, dan klopt het allemaal.

- Het hoeft helemaal niets te zijn.
- Je kunt er zelfs niets van begrijpen.
- En toch kun je het mooi vinden.
- Net als iedereen. Dat is toch genoeg?

Dat is sculptuur. Zichzelf genoeg. Omdat het is. Een ding op zichzelf. Geniet er van!

Over Maartje Korstanje