Christina von Bitter maakt sculpturen van papier. Voor de Auftakttentoonstelling stelt zij een werk voor, dat volgens haar lijkt op die van bladzijde 145 uit haar oeuvre-catalogus, met de titel: Cherubim. Tegelijkertijd stelt ze voor om hem iets te verkleinen, en doet ze er een foto bij van een ander werk, dat volgens haar ook heel geschikt zou zijn. (Nog geen titel, hier: voorstel).
Waar het nu op aan komt is beschouwen. Beschouwen is taal gebruiken. Beelden kunnen niet zonder taal. Althans, beelden kunnen wel zonder taal, maar wij niet. Wij hebben taal nodig om beelden dichterbij te halen, om de verschillen te benoemen, om de uitwerking te doorgronden, om ze - gedeeltelijk- te begrijpen.

Beschouwen is werken. Vaak is het omvangrijk. Om het zinvol te doen moeten er veel aspecten nauwkeurig benoemd worden, met hun gevolgen. Nauwkeurig benoemen wil zeggen: letterlijk opnoemen wat er echt te zien is, om zinloos giswerk te voorkomen. Tenslotte moeten al die gevolgen samengevoegd worden om iets te kunnen besluiten.

Laten we beginnen met het formaat. Cherubim is erg groot. Erg groot wil zeggen, groter dan wij zelf zijn. We kijken er tegenop en raken ervan onder de indruk. Meteen vallen een aantal sculpturale bijzonderheden op: de grootte die normaalgesproken bij een beeldhouwwerk een enorm gewicht en onverzettelijkheid suggereert, wordt hier benadrukt door juist het ontbreken van gewicht. De enorme constructie staat niet maar hangt, aan een paar dunne, bijna onzichtbare draden.

Deze grote constructie van vier meter hoog, met onderaan een doorsnede van twee meter, bestaat uit een aantal ringen, die met lege tussenruimten, op regelmatige afstanden onder elkaar, los van elkaar, zijn opgehangen, onder aan een bovenstuk van een jurk of hemdje. Het is een reusachtige jurk met horizontale spleten. De jurk is gemaakt van ijzerdraad met papier eromheen. De spleten in de enorme jurk laten zien dat de vorm leeg is. Er is geen Cherubijn in de vorm te zien maar desondanks houdt de jurk zijn vorm. Misschien heeft zij (de cherubijn, een engel) de jurk net uitgedaan, of komt ze hem zodadelijk ophalen, óf is zij (de cherubijn) onzichtbaar in de jurk aanwezig. Zelf pleit ik voor het laatste, omdat ik weinig jurken ken die hun vorm behouden als er geen draagster in huist. De kledingkast van mijn echtgenote hangt vol met platte jurken.

Ik weet niet hoe groot een Cherubim in het echt is, maar gezien deze grootte, moet ze aanzienlijk zijn. Volgens de overlevering bewaakte de Cherubim het paradijs, en dan moet je van goede huize komen.

Christina von Bitter2

Voorstel 2014, Christina von Bitter, Papier

Groot maar niet massief, hol maar niet leeg, hoog maar niet zwaar, compleet maar niet totaal. Het beschouwen van het formaat heeft al heel wat teweeg gebracht. Zelfs de constructie is al even bekeken, maar heeft nog niet tot conclusies geleid. Christina laat zich er ook niet over uit, behalve dan dat zij een foto heeft meegeleverd van een ander voorstel, eveneens een jurk van papier en ijzerdraad, nu echter bijna gesloten op een split aan de voorzijde na, en met vierkante raampjes gegroepeerd in banen. Ofwel: dat de vorm leeg is vindt zij van groot belang. Ik kan er niet aan ontkomen, dat het ondanks de lege vormen om een aanwezigheid gaat. Het aanwezig zijn van iets (iemand, een engel), niet te zien, maar zeker aanwezig, wiens plaats is ingenomen door het kledingstuk dat zij (hij/het) gewoon is te dragen. Als een afneembare huid die voor even terzijde is gelegd.
Een kledingstuk als huid, die hoewel terzijde gelegd, zijn vorm behoudt. De huid als buitenste laag, als opperhuid of epidermis, waaraan veel valt af te lezen over het wezen dat die huid bewoont. In het geval van een jurk als deze beide voorstellen, ligt het lijf als een tweede huid over het lichaam, terwijl de aangehechte rok zich los beweegt rondom het onderlichaam en de benen. Het bovendeel houdt vast en omsnoert, het onderdeel biedt ruimte en lucht. De vorm van de complete jurk is vrouwelijk, hoewel engelen geslachtsloos zijn, maar in de christelijke traditie hebben alle engelen een jurk aan, met een bovenlijf dat ruimte biedt aan de vleugels.

Aanwezig, maar ook niet. De ruimte gereserveerd voor het geval dat, de plaats alvast bezet, en daarmee is de rechthebbende, nu nog in de toekomst, al hier. De sculptuur kan bestaan uit stroken, ze neemt toch al de hele ruimte in die straks nodig is, en ondanks de ijlheid van haar verschijning twijfelt geen mens aan het belang.

Dit nu is beschouwen. Taal aanwenden die conclusies trekt uit wat benoemd is. Taal die mogelijkheden suggereert die er nog niet zijn, die voorstellingen formuleert, nog onttrokken aan de werkelijkheid. Zonder taal zouden wij deze jurken niet verbinden met engelen, met cherubijnen, of met elkaar. Laat staan met ons, en met onze aanwezigheid in deze paradijselijke ruimte.

over Christina von Bitter