Een kleurig jasje op een hangertje aan de muur. Een wandelstok van gedraaid hout ernaast. Op de grond twee schoenen, met hoorns op de neus, midden boven tussen de ogen. 'Neushoornschoentjes' noemde Lie ze, hoewel ze mij door de veranderde veter en de breed gesneden bek minsten evenzeer deden denken aan meervallen, die prehistorische vissen die overal in Europa voorkomen.

lie3

 

lie2

Met die wandelstok is ook wat uitgehaald: de greep lijkt niet te passen bij de gedraaide stok, die er wel veerkrachtig uitziet. Hij zou van kamperfoeliehout kunnen zijn vanwege zijn uitgedraaide uiterlijk. En dan dat jasje. Het heeft een patroon van kleuren, dat geen patroon is, maar wel duidelijk met de hand zó nauwkeurig aangebracht, dat er kleurgebieden ontstaan, die doen denken aan het afvegen van verfhanden. Lie gebruikte daarvoor een speciaal procedé, waarbij ze een originele kunstenaarsjas gebruikte als basis en inspiratiebron. En zo is er een ensemble ontstaan dat uitnodigt om aan te trekken en weg te gaan, maar het zou ook achtergelaten kunnen zijn door iemand, die hier niet lang geleden is gearriveerd.

Dat is wat telt: de originele drager van jas, schoenen en stok is niet aanwezig en jij, toeschouwer bent je ineens bewust dat alle stilstaan en elk verblijf tijdelijk is. Maar niet alleen de tijdelijkheid dringt tot je door, ook de onmiskenbare eigenheid van de dingen die een ander toebehoren, niet omdat ze diens bezit zijn, maar omdat ze eigenschappen hebben overgenomen die onvervreemdbaar zijn. Als je daarnet, bij de eerste aanblik, onwillekeurig in de lach schoot, wordt je nu de ernst gewaar van de waarheid van de dingen, de echte waarheid die tevoorschijn treedt wanneer je de gebruiksfunctie inruilt voor het werkelijke karakter. Dit lijkt te zijn wat de kunstenares zoekt en wat haar tot een echte beeldhouwer maakt: het onderzoek naar de werkelijkheid van de dingen, die je vooral kunt vinden door hun vanzelfsprekendheid op te heffen. Dat kan alleen maar door ze te veranderen, waarbij belangrijke delen in stand gehouden worden, terwijl er aan de accenten gesleuteld wordt. Het levert een lichtvoetige installatie op die zijn best doet zwaarmoedige wijsheid te verhullen, maar je achterlaat met de prangende vraag naar de eeuwige dualiteit van het bestaan, waarin het 'hier en nu' altijd op gespannen voet staat met het verleden en de toekomst en je eigen aanwezigheid met de leegte die een ander achterliet.

Over Lie van der Werff