Nadat Elisabet Sienstra en ik onze keuze uit haar oeuvre bepaald hadden op "Painted Figure" mailde zij mij het volgende:

'Het beeld "Painted Figure", is de eerste in een reeks beelden waarin ik mijn gedachte over het archetype van de Virgin-Martyr heb uitgewerkt. Dit beschilderd vrouwenfiguur lijkt in een gespannen toestand geraakt te zijn. Het bestaat uit vier losse delen die met elkaar verbonden zijn maar die een mogelijkheid tot andere posities lijkt aan te geven. Haar houding is ook dusdanig oncomfortabel dat het de tijdelijkheid sterk benadrukt. Ik heb het lichaam geconstrueerd meer op de manier alsof het taal betreft: een 'poetic stimulator' zoals Bellmer dat omschreef. Dit geeft de vrijheid om de grenzen van het lijdende lichaam af te tasten zonder te vervallen in het expressieve, zodat via het enkele figuur, het collectieve bewustzijn geraakt kan worden, zoals bij het historische gegeven van een Virgin-Martyr in feite. Dit is voor mij een belangrijk punt en is iets, wat ik verder heb onderzocht in Girl with Sticks en Virgin of Swords. Een nieuwe stap voor mij was om het figuur te beschilderen. De tentoonstelling "La Bellezza del Sacro" die ik eind 2004 in Arezzo gezien heb, en die bestond uit beschilderde houten beelden uit de vroeg renaissance, heeft mij wat dit betreft sterk beïnvloed. Ik heb geprobeerd het figuur te beschilderen vanuit deze traditie, maar in mijn geval op een onbeschaamde manier die bedoeld is de oncomfortabelheid van het figuur te benadrukken'. (Elisabet Stienstra 08-04-2014)

Er zijn nogal wat maagd-martelaressen: Agnes, Apollonia, Catharina van Alexandrië, Cecilia, Christina, Cunera van Rhenen, Dorothea, Lucia, Margaretha van Antiochië, Ursula. Elisabet Stienstra deelt niet mee op welke zij zich heeft georiënteerd: ze spreekt van een archetype. Toch wijst haar gebruik van de Engelse taal: Virgin-Martyr, vooral naar een toneelstuk uit 1620, over de martelares Dorothea van Caesarea. Zij was – volgens de legende – in de Romeinse cultuur van de derde eeuw na Christus, een dame van adel, die, bekeerd tot het katholieke geloof, weigerde een Romeins rechter te huwen, omdat zij zich al 'gegeven had aan Jezus Christus'. Vervolgens werd ze door de rechter bestraft in een vat met kokende olie, wat zij overleefde, en daarna met negen dagen kerker, zonder eten of drinken. Tenslotte werd haar hoofd afgehouwen.

Het verhaal toont opvallende overeenkomsten met de martelgang die de H. Joris moest ondergaan, nadat hij de koningsdochter, zojuist gered van de draak, had weten te bekeren tot het Katholieke geloof. In al deze verhalen wordt de martelaren verschillende keren gedood, en weer tot leven gewekt, om de macht te tonen die Christus uitoefent over leven en dood. Dat wordt in die tijd gezien als de beste manier om weifelaars tot het ware geloof te brengen.

Overigens werd Dorothea sterk vereerd in Duitsland en werd in 1464 in het Bisdom Keulen – waar Bredelar toe behoorde – een Karmelietenbroederschap van de H. Dorothea gevestigd.

hans bellmer

Hans Bellmer, de surrealistische beeldhouwer die Elisabet noemt en die bekend werd met sculpturen van vrouwenpoppen in verwrongen lichaamshoudingen, die vaak nog ledematen missen ook, vertaalde zelf zijn geschrift Das Kugelgelenk, in het Frans als 'Notes au sujet de la jointure à boule'.() ['gedachten over het kogelgewricht', zou ik het willen vertalen.]

Dat balgewricht had te maken met zijn fascinatie om de pop in alle mogelijke houdingen te kunnen brengen. Want elke houding roept in de toeschouwer een andere emotie op. Bellmer noemde zijn experimenten 'speels' en beschouwde ze als spel.

Wij zien in zijn 'poppen' dat het spel van het kind een heel andere dimensie krijgt, als het kind volwassen wordt.

hans bellmer 2

Elisabet gaat mee met Bellmers onderzoek naar de werking van verschillende houdingen, maar wijkt af van Bellmer, waar ze in haar tekst wijst op het lijden van het lichaam, en wel van lichamen die bij uitstek behoren tot de oud-katholieke sfeer van de martelaressen. Gaat het bij Bellmer om erotische signalen die de pop uitzendt en de waarnemer ontvangt, bij Stienstra draait het om de vraag: 'waarom lijden' en 'hoe werkt het lijden het sterkst'?
Haar 'pop' ligt inderdaad oncomfortabel op de grond waarbij ze niet bij machte is zich op haar zij te keren of om te draaien, omdat ze geen armen en handen heeft. Een ware marteling.

Painted Figure 2006 2

De detailfoto toont nog eens de hulpeloosheid van de op de grond liggende figuur. En nogmaals wil ik wijzen op wat ik eerder noemde: 'het beeld ingetrokken worden'. Je kunt er niet aan ontkomen. Het is je al geleerd als kind, toen je kennismaakte met je eerste poppen, dat een pop een lichaam is als het jouwe, en dat je er in kunt wonen, zoals het ook in jou kan wonen. Man of vrouw, ieder voelt zich in deze pop getrokken, en beseft de hulpeloosheid zonder hulp te kunnen bieden. De armen zijn te onherroepelijk recht van de tors afgenomen, de hals te onverbiddelijk verdraaid, omdat het hoofd wil waarnemen wie er nadert. Hulpeloos onbehulpzaam is iedereen die dit beeld ontmoet. Dat is wat Elisabet noemt: het raken van het collectieve bewustzijn.

madonna

Madonna in trono con Cristo bambino, 1e helft 15e eeuw, anoniem, foto: Sharon Mllerus

Deze madonna met kind was te zien in de tentoonstelling "La Bellezza del Sacro" die ook ik (toeval?) in Arezzo gezien heb. Het was inderdaad een indrukwekkende tentoonstelling. Er bleek hoe normaal het was, in wat wij de middeleeuwen noemen, om sculpturen meerkleurig te beschilderen. En net als bij Elisabet Stienstra (niet bij Hans Bellmer) hebben de kleuren een duidelijk aanwijzende functie: Maria heeft een hemelsblauw onderkleed over haar blanke huid en over dat onderkleed een goudkleurige mantel. Op het blauwe borsthemd is een in goud gedreven afbeelding te zien, misschien een levensboom, maar zeker weet ik dat niet. Het doet er nu niet toe. Ook is het voor ons niet meer belangrijk dat het Christuskind onder zijn groene mantel een goudkleurig hemd aan heeft, met daarop in het vierkant een kruismotief. Wat van belang is, en dat toont Elisabet met haar beeld, precies zoals zij zelf zegt, is dat de kleuren hier een rustgevend bevestigende harmonie opleveren, in tegenstelling tot haar eigen 'brutaal' onbeschaamde behandeling van de 'Painted Figure'. De Madonna is onder haar kleuren, in haar houding, vooral geestelijk aanwezig. De 'Painted Figure' is door haar kleuren, in haar houding, vooral lichamelijk aanwezig. Lijden – zegt het beeld van Stienstra – een marteling ondergaan, is lichamelijke pijn. De toekomst weten, zegt het anonieme beeld uit de vroegrenaissance, dat jij je kind ten grave zult dragen, is geestelijk lijden. Dat kun je voorlopig statisch, zittend af.

teresa

De extase van de H. Theresia, 1652 G. Bernini, marmer en verguld brons, Rome St. Maria della Vittoria

Het thema van het lijden lijkt bij uitstek een thema van vrouwen. Zowel van verbeelde vrouwen als van beeldende vrouwen. Denk ook aan Bernini's portret van het lijden van de H. Theresia. Daar gaat het lijden al over in extase, en extase brengt genot. Extase in de beeldende kunst is iets om naar te kijken. Ze is nauwelijks in staat om de toeschouwer in het beeld te trekken. Hans Bellmers poppen blijven hoe indringend ook, altijd buiten ons, net als Bernini's figuren. Daartegenover trekt de 'Painted Figure' ons naar binnen. We kunnen afscheid nemen van Die Puppe, Theresia en de Madonna in Trono, maar niet van Stienstra's harde naakt. Die Puppe verliest haar kracht op het moment dat wij ons voyeur weten, de Madonna in Trono staat haar plek af aan het Christuskind, Theresia is vooral sensueel geëxalteerd. Wij kunnen deze beelden niet betreden, om de eenvoudige reden dat ze te uitgesproken zijn. Ze zijn zozeer zichzelf dat ze ons geen ruimte laten. Maar de Painted Figure, met haar hulpeloos vlammende mond, onschuldig kleurende wangen en vergeefs seksualiserende tepels, trekt kronkelend bij ons binnen terwijl wij tegelijkertijd onweerstaanbaar naar binnen gewrongen worden. Het beeld is ons geworden, wij zijn het beeld. Nu zullen we eindelijk weten wat lijden werkelijk is.

over Elisabet Stienstra