Een zeer charmant model, deze japon, opgehangen aan ijzerdraad. Je ziet hoe de vorm de contour van het lichaam volgt. Maar er is wel iets vreemds aan de hand: een onderjurk ontbreekt, zodat wij er dwars doorheen kunnen kijken. En meteen is het geen jurk meer. Het is nu een kledingstuk, in de steek gelaten door haar bewoonster of in afwachting van haar komst. Maar hij (Jurk is in het Nederlands mannelijk of onzijdig net zoals 'das' Kleid in het Duits) kan lang wachten, want het is onwaarschijnlijk dat er een vrouw is die dit aan zal trekken. En als zij zou proberen hem aan te doen, zou ze tot de pijnlijke ontdekking komen dat de tyribs zowel naar buiten als naar binnen steken, als overmaatse en scherpe doornen.

Op de detailfoto is dit goed te zien.

gabriele landfried2

Dit is dus een doornenjurk, en roept, nu we dat ontdekt hebben, in dit klooster van nonnen een schrijnend gevoel op. De sculptuur wordt wel een heel letterlijke beeldspraak voor het huwelijk tussen de doornenkroondrager en de gelovige vrouw, die haar liefde aan Hem wijdt. Zij beseft heel letterlijk welk lot zij kiest, als zij deze habijt aantrekt. En tegelijk krijgt dat iets ontijdelijks: eenmaal aangetrokken zullen de stekels blijven prikken en haar aan haar zelfgekozen lot blijven herinneren.

Deze jurk staat in verhouding tot de torso van Antje Otto, die helemaal naakt is en op die manier extra nadruk legt op het 'claustrum' van het Klooster. Landfrieds Kleid is bijna op te vatten als een gevangenis, eveneens een verwijzing naar het 'claustrum' en tevens, als een tweede huid, naar de huid zelf. Maar is deze sculptuur dan speciaal voor hier in dit klooster gemaakt? Nee, niet echt, maar hij past hier wel in dit thema en ontleent – als altijd in een tentoonstelling – een extra betekenis aan de plaats waar hij wordt uitgestald. En we moeten niet vergeten dat ook de keuze om tot een kloosterorde toe te treden een maatschappelijke beslissing was en is.

Voor de kunstenares, Gabriele Landfried, zijn we nu nog lang niet uitgesproken. In haar oeuvre maakt zij meer van deze 'doornen-gewaden', niet allemaal zo stemmig als die hierboven, die veel weg heeft van een avondjapon, maar ook wat frivolere, zoals het jurkje hieronder met rode tyribs. Er lijkt niet aan te ontkomen voor de vrouw, hoe zij zich ook uitdost, er zitten altijd venijnige stekels aan. Bij dit ontwerp, dat in tegenstelling tot de stemmige avondjapon meer doet denken aan 'dirty dancing' lijkt de onuitgesproken gedachte dat mooi zijn altijd pijn doet, en evengoed pijn veroorzaakt bij de ander, die toenadering zoekt. Verleiding is een van de thema's die hier zichtbaar worden gemaakt. De kleurencombinaties en modellen, het glinsterende aluminium bijeengehouden door glanzend plastic, het doorkijk-dessin, glamour is het kernbegrip. Glamour die zich altijd aan de oppervlakte bevindt.

gabriele landfried1

Daarmee zijn we allang buiten het terrein van de beeldende kunst gekomen. Het gaat bij deze werken echt niet alleen maar over de vraag of het kunstwerk mooi of het kledingstuk draagbaar is, sterker nog, deze kledingstukken ontkennen de draagbaarheid met klem. Zij verwijzen naar een maatschappelijk en politiek element: de rol van de vrouw. Hier hangt een voorstel aan de vrouw om zich te omhullen in uitdagende maar ontoegankelijke kleding, ironisch genoeg gemaakt van een van haar belangrijkste keukenhulpjes en rolbevestigende materialen: aluminiumfolie. Zo wordt de vrouw dubbel gevangen in de haar opgelegde rolpatronen van verleidster en keukenprinses en dat dat pijn doet, zullen wij allemaal weten.

over Gabriele Landfried