Robin Kolleman draait met haar beelden ons binnenste naar buiten. Wat wij in ons diepste innerlijk voelen wordt genadeloos aan de buitenkant getoond. Curator Jeroen Damen ontmoet haar in haar atelier in Rotterdam.

"Oh zeker, het gaat over landen, maar ook over vliegen, over opstijgen, over wensen en dromen, over Icarus en onmogelijkheden, over wat je innerlijk voelt en waar je lichaam je begrenst. Soms regeert de hopeloosheid, soms de wens tot ontsnapping."
"We zijn meervoudige mensen met heel veel personages in onszelf. Niet iedereen laten we al die personages zien, sommige zijn voorbehouden voor een selecte groep, andere slechts voor één mens in onze kring, en sommige laten we nooit zien."
Zo spreken wij, Robin en ik, in haar atelier aan de hand van de beelden die ze voor Bredelar heeft opgesteld, tegenover onze stoelen. En terwijl wij praten, ontgaat de beelden geen enkel woord van wat wij zeggen en wordt ons gesprek gekleurd door hun aanwezigheid. Zo verloopt dit gesprek in haar atelier, niet vanuit een eerst gedisciplineerde beschrijving van wat we waarnemen, - mijn training als kunsthistoricus -, maar meteen, ram, klang, bonkend van opgeroepen gedachte naar gedachte overeenkomst. Ik voel me oneerbiedig.

robin kolleman2

De dood van Aphrodite, Robin Kolleman,
mixed media, levensgroot h = ca. 220cm

Naast het beeld van de naakte, geketende vrouwenfiguur, armen gebogen als vleugels, veertjes aan de vingertoppen, vogelvoeten van handen, ketenen om hals en borsten, staalkabels waaraan ze zweeft maar die het opstijgen ook beletten, naast dat beeld balanceert een sexy schoonheid met hoog gestrekte voeten in spitzen, op een kei. Het onderlichaam gehuld in kanten onderjurk, kousen en schoentjes, het bovenlichaam ontbloot. In haar navel glanst een parel. Ze houdt haar armen afwerend, hoog voor haar gelaat gekruist, maar het is duidelijk te zien dat de hals overgaat in een lege schedel, naakter dan het lichaam, huiveringwekkend. De gekruiste armen zijn aan elkaar vastgebonden met tie-wraps. Waarom heeft het ene beeld een hologig skeletachtig gelaat verborgen in een half transparante sluier en het andere een uitgeholde schedel? "Kijk maar naar je eigen schedel," zegt Robin, "of je het wilt of niet, je hebt je dood altijd bij je. Dat hoeft niet per se zwaar te zijn, en niet altijd nadrukkelijk aanwezig, maar bij deze beelden vroeg ik me af: hoe krijg ik de dood er in, zonder dat het hele lichaam al dood gaat?"

En dan vertelt ze over hoe dat bij haar gaat, het maken van deze beelden, het verzagen van bestaande poppen, veranderen van houdingen, opnieuw aan elkaar zetten van lichaamsdelen, dichtmetselen van naden, aanbrengen van polyesterhuid, het opschuren van kleuren. Een langdurig uitwerken van duizend en een handelingen en beslissingen. Allemaal zo onnaspeurbaar aangebracht, dat ik het niet eens besef. Met een onwaarschijnlijke precisie en perfectionistische gedetailleerdheid, die niet onderdoet voor die andere tijdperken van beeldhouwkunst, waarin het 'hoe gemaakt' even belangrijk was als 'wat het voorstelt'.

Robin draait met de meest eigentijdse, vaak gevonden middelen, ons binnenste naar buiten. Wat wij in ons diepste innerlijk voelen wordt genadeloos aan de buitenkant getoond. We worden overgehaald om deze beelden te lezen als dragers van emoties, die we lang niet altijd willen erkennen. Het samenzijn van de beelden, de confrontatie met elkaar en met onszelf, verduidelijkt mogelijke betekenissen en versterkt die. Zo horen ze ook in Bredelar, waar ze een relatie aangaan met de kloostervrouwen van weleer, met hun spirit en hun angsten, met al het menselijke wat zich in het binnenste van het klooster ooit heeft voorgedaan en nu naar buiten treedt. In een bijna oneindige keten van associaties, want wie het beeld leest, leest tegelijk zichzelf en wij zijn met ontelbaren.

over Robin Kolleman