Buiten voor de hoofdingang van Klooster Bredelar staat een ijzeren sculptuur, getiteld ‘Water’. Het is onderdeel van de serie Quartetto, een kwartet sculpturen van ‘de vier elementen’: Lucht, Aarde, Vuur, Water. Vier sculpturen van precies de vier belangrijkste elementen die nodig zijn om IJzer te maken. Het beeld bestaat zelf ook uit vier staande elementen, en is zo binnen Quartetto een zelfstandig kwartet. We hebben deze sculptuur geplaatst in 2017, om aan te kondigen dat de nieuwe tentoonstelling in 2018 als hoofdthema “IJzer” zou dragen. IJzer hoort bij Sauerland, zoals het erts in de mijnen, het bos bij het vuur, de zuurstof bij de lucht en het water bij het blussen.

Vooraanzicht Van Links Van rechts Achteraanzicht
Vooraanzicht Van Links Van rechts Achteraanzicht

 

De sculptuur bestaat uit vier staande kolommen die doen denken aan het stromen van water, eigenlijk aan het vallen van water, doordat ze van boven smal en stijl zijn en zich naar onder toe verbreden en vooruit stulpen. Desondanks blijven ze binnen de vierkante grondplaat, die als het ware een bekken vormt waarin de waterstralen worden opgevangen.

Als we rondom het beeld lopen valt op dat aan dit ijzer niets is gehamerd, gevormd of gesmeed, zo zacht lijkt het materiaal, als pasta uitgesmeerd, terwijl het desondanks rechtop blijft staan. Het materiaal is niet-ijzerachtig ijzer, maar als plakken natte klei gevouwen en gewalst, voordat ze hard werden. In werkelijkheid is het anders gegaan: grote stukken ijzer werden vervormd door verschillende oorzaken, walsen, aanvaringen van schepen, slopen en uitzagen van bestaande delen, voordat ze door Herbert Nouwens als compositie bij elkaar gevoegd werden.

Toen we het beeldhouwwerk voor de hoofdingang van het klooster zetten, deed het de kunstenaar opeens denken aan vier nonnen, hier in deze voortuin en dat maakt de sculptuur nog meer toepasselijk voor deze plek. Het tekent de openheid van de beeldhouwer voor meerdere mogelijke interpretaties: een sculptuur ontleent altijd een deel van zijn betekenis aan de locatie waar hij geplaatst wordt.

Een vierhoek met vier gelijke hoeken en vier gelijke zijden, zoals de grondplaat van dit werk, noemen we een vierkant. Wanneer je die omhoog ontwikkelt ontstaat een staaf, ook wel een verticale balk of minder gebruikt: een pijler, zuil of kolom, waarvan dan altijd beschreven moet worden of de omtrek rond dan wel vierkant is. Bij Herbert Nouwens zullen we deze tegenstelling nog vaker tegenkomen: die van een organisch aandoende plastiek, die zich in weerwil van zijn plastische kwaliteiten beperkt weet door een strenge, geometrische grens. Als vier watervallen binnen een vierkant bekken, of vier nonnen binnen een cel. Meestal bestaan de wanden van het bekken of de cel dan niet echt, maar nemen wij ze toch waar, doordat de sculptuur zich duidelijk aan afspraken houdt waarvan wij de virtuele grenzen herkennen.

Tegelijkertijd blijft dat altijd maar een interpretatie. In de sculptuur ‘Water’ bevindt de gebogen plaat linksboven, gezien vanuit de voorkant, zich duidelijk buiten de staafomtrek. Deze uitstulping in de ruimte is in het aanzicht van links nauwelijks meer aanwezig. Ook in het aanzicht van achteren speelt hij nauwelijks een rol. Iets moet echter de beeldhouwer weerhouden hebben om hem weg te zagen. Dat lijkt de beslissing van een moment. Een moment waarop de kunstenaar zich niet wilde overgeven aan de dwang van de omtrek, maar besloot dat elke compositie een contrapunt verdraagt.