Sjoerd Buisman

 

Sjoerd Buisman (1948, Gorinchem) is een Nederlandse beeldhouwer, die sculpturen maakt van planten en bomen. De planten en bomen zijn de grondstof waarmee hij werkt.

Sjoerd houdt niet van nabootsing. Namaken wat al bestaat vindt hij overbodig. Liever is hij bezig met het doorgronden van wat al bestaat om zich vervolgens daardoor te laten inspireren. Zo liet hij bijvoorbeeld Sanseveria’s op zijn kop hangen, om uit te zoeken hoe de plant daar zelf op zou reageren. Op de foto hiernaast is het resultaat vastgelegd.
De sculpturen waarin hij de groeiwijze van bepaalde vruchten, planten en bomen manipuleert, noemt hij ‘groeiwerken’. In Haarlem plantte hij langs de weg in de Haarlemmerhout twee Lindenbogen, op de binnenplaats van Teylers museum kweekte hij een boom ‘op benen’, door vijf enten aan de onderkant in de stam te laten groeien.
De groeiwerken markeren het begin van Buismans oeuvre. De eerste experimenten vonden plaats in 1968.

(Sansevieria (Sansevieria  trifasciata) 1976-1977  (na 1 jaar op zijn kop))


 viscum divi divi 2014 150In zijn latere sculpturen werkt hij niet alleen met de natuur, maar ook naar de natuur. Dat wil zeggen: hij gaat de groeivormen analyseren en gebruiken en zelfs aanvullen met ander materiaal, tot een niet-figuratieve beeldentaal.

Viscum divi-divi (2014) hiernaast is daar een voorbeeld van.


Door de groeiwijze gefascineerd ontdekt Buisman een leidend principe in de natuur: de groeiwijze die zich spiraalsgewijs voordoet.
Duidelijk te zien bij planten waarvan de bladeren als in een spiraal rond de stengel groeien.
Dit beginsel zal Buisman uitwerken in zijn nog steeds uitdijende ‘phyllotaxis’ serie.

Tussen de Phyllotaxis en de Viscum serie bevinden zich nog andere groepen in het oeuvre:
Kubische werken, Heracleum en Babel, Fractale werken, Senecio en Ouroboros.
Sjoerd Buisman noemt ze ‘families’.
Wij gaan die families hier in de komende tijd verder onderzoeken.


rmadronaspiral 150Reclining Madrona Spiral  (1984)
Systematisch opgebouwde spiraalvormige constructie, vervaardigd van roodachtige takken (Madronahout: Arbutis menzi).
De spiraal begint in een achthoek (8 hoeken per draaiing) en eindigt in een zeshoek (6 hoeken per draaiing)
Afmetingen 97.5 x 138 cm
Collectie: Instituut Collectie Nederland

Oorsprong en doel van het werk van Sjoerd Buisman is de natuur in het medium van de kunst aan de orde stellen.
Wanneer kunstwerken dat tot stand brengen, wat Hegel omschrijft als het "sinnliche Scheinen der Idee" (de zintuigelijke uitstraling van de idee), dan nemen zij daarmee een taak op zich, die ons verstand alleen niet tot een goed einde kan brengen. Het middel om tot kennis te komen is veeleer het zintuigelijke gegeven van de waarneming. Het waarnemende kennen is concreet en steeds op het geheel gericht. Voor het creatieve proces betekent dat, dat de elementen van datgene wat in de natuur wordt aangetroffen, op een nieuwe, spirituele wijze met elkaar vervlochten dienen te worden in de synthese van de plastische vormgeving. Dat is het programma van het beeldhouwwerk van Sjoerd Buisman. Zijn kunst richt zich niet op de uiterlijke verschijningsvorm van de natuur, maar op haar innerlijke wetmatigheid.

(Barbara Wörwag in Sjoerd Buisman 1967-1992, p. 131)

Natura 2017 De Expositie

De werken van Sjoerd Buisman:

(Alle werken uit de collectie kunstenaar, tenzij nadrukkelijk anders vermeld!)

A PHYLLOTAXI

Phyllotaxis orig 150

De spiralende phyllotaxis wordt een van de eerste thema’s die Sjoerd Buisman verkent. Terugkijkend op zijn eigen oeuvre spreekt hij het liefst van ‘families’, een begrip in de botanische studie. Naast de Phyllotaxis-familie onderscheidt hij: ‘kubische werken’, ‘Heracleum/Babel’, ‘fractale werken’, ‘Senecio’, ‘Ouroboros’ en ‘Viscum werken’. Van al deze families tonen wij werken in de tentoonstelling.

Phylotaxis zonnebloem 150

Phyllotaxis (Grieks: phýllon "blad" en: táxis "rangschikking") is de rangschikking van de bladeren ten opzichte van elkaar langs de stengel van de plant (bladstand).
Van oudsher onderscheidt men verschillende systemen, zoals gekranste, spiraliserende en tegenoverstaande bladstanden. Al deze verschillende bladstanden zijn te herleiden tot hetzelfde grondplan. Een bladstandensysteem met een vaste divergentiehoek geeft aanleiding tot het ontstaan van spiralen die de rij van Fibonacci volgen.

1 Phyllotaxisgroep 150

Phyllotaxisgroep 1992-1993
3 x gepolychromeerd hout, Hoogste 320 cm

Drie stuks “phyllotaxis” van gepolychromeerd hout. In deze verticale variant is de rij van Fibonacci te herkennen: elk volgende element van de rij is steeds de som van de twee voorgaande elementen, dus 0+1=1, 1+1=2, 1+2=3, 2+3=5, 3+5=8, 5+8=13, 8+13=21, 13+21= 34 enzovoorts. Zo ontstaat de steeds slankere, hoog oprijzende structuur vanuit de onderste brede stomp. De basis blijft ongemoeid, maar het bovenvlak is telkens schuin afgesneden, waardoor de totale sculptuur begint te spiralen. De grondbeginselen van de groeiwijzen uit de natuur leiden tot nieuwe, toren-achtige structuren.

2 Phyllotaxis zigzag 150

Phyllotaxis zigzag 1998
Brons 200 x 60 x50 cm
Bruikleen Coll. James Leyer, Amsterdam

Bij de “Phyllotaxis zigzag” zijn basis en bovenvlak parallel gesneden uit een schuin oprijzende stam. De zo ontstane spiraal staat gemonteerd op een recht afgezaagde verticale boomstam als contrasterende sokkel. Sjoerd Buisman demonstreert dat groeiwijzen zich ook anders zouden kunnen ontwikkelen, dan de normale, schuin uitstekende takken uit een stam. De natuur dient wel als voorbeeld, maar haar beperkingen kunnen ook leiden tot creatieve, menselijke oplossingen.

3 Phyllotaxis 1985 150

Phyllotaxis 1985
brons 15 x Ø 38 cm

Deze Phyllotaxis benadert nog het meest het model van de doorgesneden selderij (latijn: Apium). Sjoerd Buisman maakte een prachtige verduidelijkende tekening in 1991.

Apium tekening 150

Het interessante hierbij is dat de spiraal neerwaarts gericht is en dat de segmenten naar binnen toe in hoogte afnemen. De segmenten zelf zijn teruggebracht tot schijven uit een cirkel, zonder de kenmerkende ribbels van de selderij. Deze phyllotaxis zelf doet daarom stoer aan en voegt zich meer naar architectuur dan naar de kunsten van het platte vlak. De toren is als het ware een burcht geworden.

SB Selderij d1997p18 Web

Phyllotaxis 1996
Keramiek 43 x34 x 20 cm

Spelen is belangrijk en het ontwikkelen van nieuwe gedachten gaat vaak bijna ongemerkt. Dan is een tableau als dit, waarop zich een historisch lijn ontvouwt, een belangrijk hulpmiddel om de voortzetting van het thema te illustreren. Duidelijk wordt dat de kunstenaar, eenmaal geïnspireerd door zijn ontdekkingen, zich steeds verder verwijdert van wat hij werkelijk waarneemt, om een vertaling ervan te maken, die ons alle facetten van zijn verwondering toont. Het kan zijn dat we de phyllotaxis al lang niet meer herkennen, terwijl de verwantschap van de vorm nog steeds verwijst naar het oorspronkelijke uitgangspunt.

5 Phyllo blauw 150

Phyllotaxis  1992-2017
brons (blauw)

Een recent gietsel van een vijf en twintig jaar oude sculptuur. Het begrip phyllotaxis heeft nog niets aan waarde ingeboet. Ondanks nieuwe vindingen, zoals de invloed van DNA, blijkt de spiralende bladstand in de natuur nog steeds het meest voor te komen. Ook de rij van Fibonacci is nog springlevend. Wetenschap bouwt dus voort op eerder gedane ontdekkingen en hoeft die niet altijd te vervangen. Aanvullen is eerder het woord. De kunstenaar bevestigt de oude waarden als een vingerwijzing: soms is het beter het bestaande te behouden, dan meegevoerd te worden door de waan van het nieuwe.

6 Phyllo arduin

Phyllotaxis reliëf
Arduin plaat  10 cm dik 100x100

De forse stoeptegel in de grond, bij de entree van de tentoonstelling, draagt de afbeelding van de phyllotaxis. Het wijst ons op de uitgangspunten waarmee de kunstenaar heeft gewerkt. De grootste familie in het oeuvre bestaat uit phyllotaxis, en hier is de tegel op zijn plaats: hij duidt ons dat we ons normale dagelijkse leven even verlaten en het terrein betreden waarin de kunst door de natuur wordt onderwezen.

TekeningenW

Study for sculpture 1987,
Houtskool op transparant papier, 84 x 258 cm

De verbinding met de Phyllotaxisgroep is duidelijk. Volgens de datering komen deze studies vóór het ontstaan van de groep kubische kolommen. Werk op papier leent zich dan ook het beste voor het reduceren van de ingewikkelde phyllotaxis tot een wolkenkrabber, laten we zeggen, van een natuurlijke structuur tot een architectonische. De kunstenaar heeft feitelijk de bladstand en structuur verlaten en beperkt zich nu tot zuiver sculpturale principes: daartoe behoren ook vormen als de driehoek, de kubus, de bol of de rechthoek. De 'onnatuurlijke' kleur versterkt het architectonische en stimuleert de associaties met zuilen en obelisken.

7 Phyllo tekeningen 150

Phyllotaxi 1988,
Aquarel, rode oker, grafiet op papier, 142 x 247 cm (1 uit 5 tekeningen)

Duidelijker dan bij de houtskool-studie werkt de kleur van de aquarel. Niet alleen de verticalen in de vlakken, veroorzaakt door de hoek tussen voorvlak en zijvlak in het driedimensionale beeld, maar ook de eigen kleuropbouw binnen de vlakken, brengt de phyllotaxi terug naar de natuur, terug naar de kleuren en patronen van het herfstblad. De structuur is als bladstand nauwelijks meer herkenbaar, de compositie als Fibonacci of gulden-snede stapeling des te meer.

B KUBISCHE WERKEN

B1 Kubische kolommen 1990 150

Zonder titel (kubsiche kolommen) 1990
Brons, 3 delen, diverse patina’s H=max. 290 cm

Alleen maar nabootsing van de natuur voldoet niet. Om een sculptuur te maken wordt er met andere begrippen gewerkt, zoals structuur en compositie. Speciaal voor de ruimtelijke kunst komen daar nog bij (onder meer): afmetingen, materiaal, vorm, evenwicht, massa en volume, ritme, volume en kleur. In deze groep ligt de nadruk op die niet-nabootsende begrippen. Daardoor wordt de afstand tot het eventuele voorbeeld uit de natuur groter en de afstand tot ons menselijke begrijpen kleiner.  We komen dichter bij het woord esthetisch genoegen.

B2 Babel Heracleum 2007 150

(Zonder titel) Babel
Gelast staal 80 x 40 x40 cm

 De titel Babel verwijst natuurlijk naar de ‘Toren van Babel’, en de vorm heeft sterke verwantschap met het schilderij van Pieter Breugel de Oude uit 1563. Die toren was niet gebaseerd op een Heracleum, zoals die van Sjoerd Buisman, maar op het Colosseum in Rome dat Breugel op een van zijn reizen gezien had. Buisman ontleedt de stam van een Berenklauw op zo’n manier, dat hij er verschillende stammen van kan maken, die elkaar in dikte en hoogte opvolgen. Zo ontstaat een toren waar de spraakverwarring nog niet heerst en die kan reiken tot in de wolken.

B3 SB schtes voor Ziggurat m008p085 Web

Zonder Titel (Ziggurat) 1990-2017,
160 x 160 x 50cm

Een ziggurat is een tempeltoren uit het oude Mesopotamië (Irak) en Perzië (Iran) in de vorm van een terrasvormige piramide van opeenvolgend teruglopende verdiepingen. De doorsnede van het onderste deel is groter dan de totale hoogte. Hier verschijnen weer andere sculpturale begrippen waarmee Sjoerd Buisman zich bezighoudt. Geïnspireerd door de natuur: staan, liggen, hangen, stapelen en leunen. Het lijken de omgekeerde verhoudingen van de verticale, 'barokke', Phyllotaxi.

C FRACTALE WERKEN

C1 fractaal 150

Fractaal werk (staand)  2009
Brons, 190 x 50 x50 cm

Fractaal is een begrip, door de wiskundige Benoît Mandelbrot in 1975 vastgelegd. uit het Latijnse ‘fractus’ (gebroken), waarmee hij op bepaalde natuurlijke en kunstige vormen en geometrische figuren doelde. Een fractaal is een wiskundige figuur die is opgebouwd volgens een formule die zichzelf steeds herhaalt. Daardoor ontstaan onderdelen die gelijkvormig zijn aan het geheel.
De hele natuur is opgebouwd uit fraktalen. Overal vindt men herhalingen van een zekere structuur binnen zichzelf, zoals de takken aan de stam van de boom, de vertakkingen in de aderen van onze bloedbanen, de heuvels van een bergketen of de inhammen van een kustlijn. Bij Sjoerd Buisman stammen de fraktalen duidelijk af van de vertakkingen in de bomen en planten, waarbij hij ze letterlijk uit de spiralende phyllotaxis laat ontstaan.

C2 fractaal 150

Fractaal werk (staand)  2009
Brons, 88 x 42 x 42 cm

Voor Sjoerd is de verhouding tussen de stam en de uiterste uiteinden van de fractaal van belang: “de stam heeft al ontzettend veel meegemaakt, vogelbeet, insectenbroed, takvorming, terwijl de uiterste fractalen pas net begonnen zijn met groeien en nog niets van het leven weten”. Het gaat hem dus niet alleen om de structuur of de wiskundige formule achter de splitsing, maar ook om de verhouding tussen ouderdom, volwassenheid en jeugd.

C3 floating 150

Fractaal werk (floating) 2010,
Gelast staal 95 x 25 x 130 cm

Floating betekent zowel ‘drijvend’ als ‘zwevend’, maar ook ‘vlottend’. Buisman, die veel lezingen heeft gegeven in Engeland, kent waarschijnlijk alle drie de nuances wel. Het is ook wat dit werk doet: het drijft op de vloer, de uitloop van de takken zweeft en het geheel vlot naar voren, als een schip met achterop omhoogstekend de brug. Dat wij een richting toekennen aan het werk komt niet alleen door de structuur, maar vooral ook door de afnemende dikte van de vertakkingen. Dat wij aan een schip denken heeft vooral te maken met het ontbreken van een sokkel en de organisatie in de lengte, die ons doet denken aan 'varen’ op het water'.

C4 fractaal 150

Fractaal werk, 2013/16,
Gelast staal  291 x95 x 95 cm

Letterlijk tegengesteld aan ''floating" richt dit fractale werk zich op. Het werk heeft geen bijtitel, zoals Floating dat als hoofdtitel "fractaal werk" draagt. Misschien wekt dit werk voor de beeldhouwer minder een gevoel van richting dan van groei. Het benadrukt voor ons tevens het gevoel van ritme, door het snel afnemen van de dikte van de vertakkingen gelijktijdig met de toename van hun lengte. 'Natuurkundig' bezien behoort dit werk ook meer bij de verticale groeiwijzen van bomen dan het horizontaal georiënteerde floating, dat doet denken aan de wortelstructuur van mangroves. In alle families van Sjoerd Buisman kom je dit onderzoek tegen van tegenstellingen tussen horizontaal en verticaal, van groei tegenover uitdijen.

C5 Kathmandu 150

Fractaal werk (Kathmandu)  2013,
Gelast staal 65 x 200 x173 cm

Het werk Kathmandu verwijst naar de tijdelijke tentoonstelling in 2012 van het Internationale Kunsten festival waarvoor Sjoerd Buisman werd uitgenodigd. Daar ontstond een liggend fractaal werk, uit diverse houtsoorten, van maar liefst 4 x 4 meter in omvang en een doorsnede van 70 cm. Het hier getoonde werk is op een foto van destijds te zien, als een bozzetto uitgestald op deze samengestelde woudreus. De trotse vervaardigers, allen academiestudenten die de aanwijzingen van Buisman volgden, staan achter het werk.

D VISCUM WERKEN

D1 Viscum verticaal 150

Viscum verticaal 2016-17
Herbarium,  lak, hout, staal en perspex 180 x 120 x 110 cm
Primeur in de tentoonstelling

Viscum betekent Maretak. In de Middeleeuwen werden de bessen van de plant gekookt tot een stroperige en plakkerige substantie: de vogellijm. Deze werd uitgesmeerd op lijmstokken. Een vogel die erop ging zitten, kon vervolgens niet meer weg. Wat doet de Viscum in het oeuvre van Sjoerd Buisman? Het is een afwijkende en interessante groeiwijze die voorkomt in de natuur: de wortel van de maretak groeit in de boom, nadat vogels er de zaden hebben achtergelaten. Voor water en voedingsstoffen is de maretak afhankelijk van zijn gastheer. Sjoerd Buisman geeft de maretak een eigen toevoeging: hij monteert buisjes, die even lang zijn als het laatste takje, verticaal op de tak. Als een technische voortzetting die structuur geeft aan de maretak zelf.

D2 Gulliver 150

Viscum verticaal (Gulliver) 2015
Herbarium, lak, hout, staal en perspex 152 x 100 x75 cm

Door die handelwijze verandert de maretak van een natuurlijke parasiet in een partituur voor een muzikale compositie: alle einden van de verticale toevoegingen bevinden zich op, of boven of onder een denkbeeldige notenbalk. Hun onderlinge afstand bepaalt het ritme. Dit ritme vloeit voort uit de oorspronkelijke natuurlijke zetting. Er valt een soort logica te ontdekken in de viscum-sculpturen als opvolgers van de fractale werken.

D3 Vicum dividivi 150

Viscum Divi-divi 2015
Brons 130 x 136 x 87 cm

Net zo goed als de fractale werken een voortzetting lijken van de phyllotaxi, en de viscum een voortzetting lijkt van de fractalen, even zo wonderlijk is de stap die de kunstenaar zet naar zijn volgende familie. De voortzetting lijkt pas achteraf een logische, maar hoe komt de kunstenaar tot zijn volgende ingeving? Hoe weet hij welke kant hij op moet? Waarom is viscum een logische voortzetting van fractaal? Wij toeschouwers weten het niet. Wij voelen het aan, dat het klopt, maar vraag ons niet waarom.

D4 Turqois web

Viscum Verticaal (Turquoise) 2015/16
Brons 130 x 117 x 60 cm

"Natuurlijk", zeggen wij in Nederland. Dat betekent: afkomstig uit de natuur; maar ook: vanzelfsprekend. Alsof alles wat zich in de natuur voordoet, zonder inmenging van de mens, op de juiste wijze goed is, als vanzelf gegroeid, in de tijd ontwikkeld, niet gekunsteld.
'Ja,ja', moet de kunstenaar gedacht hebben: 'een maretak is helemaal niet vanzelfsprekend, maar iets bijzonders''. En dus besluit hij er iets mee te doen: een menselijke ingreep toe te voegen aan het natuurlijke gegeven. Nu gebeurt er iets opmerkelijks: de verticale groei wordt voor de eeuwigheid stilgezet in brons en blijvend gemaakt.

D5 Viscum Divi Divi 150

Viscum divi-divi 2012 Hangend
Brons, grijs patina, 108 x 70 x50 cm

In Nederland is de componist Simeon ten Holt beroemd geworden met zijn compositie Canto Ostinato. Dit muziekstuk voor 4 piano's wordt wel omschreven als 'minimal', alsof je praat over de kunststroming 'minimal art'. En inderdaad heeft Simeons muziek te maken met Sjoerds 'minimale' kunstwerken. Beiden waren ook altijd goede vrienden van elkaar. De kunststroming uit de late zestiger jaren hield zich bezig met gevonden materialen en vooral met zo zuiver mogelijk onderzoek naar de basis van vorm en materiaal. Een van die basisbegrippen is hoe het kunstwerk zich aan ons voordoet: of het staat, of  ligt, of, zoals hier, hangt. In dit werk is het compositorisch vernuft van Ten Holt samengebracht met de plastische ingreep van de schuin omhoog gerichte toevoeging aan de maretak, en het  naar de ruimte toe hangen van het totaal.

E OUROBOROS WERKEN

E1 ouroboros silphium

Gesloten Silphium Spiraal ( Ouroboros)  2015
Herbarium78 x 68 x 82 cm

In de Ouroboros werken kun je net als hiervoor bij de andere families, verwantschap ontdekken met de fractalen als voorgangers. Maar Sjoerd Buisman werkt zijn families niet chronologisch af. Soms grijpt hij terug op vroegere groeiwerken, soms werkt hij ideeën uit die al jaren liggen te sluimeren. Hoe en wanneer het proces precies begon valt niet met zekerheid te zeggen. Ouroboros betekent staart-eter en het woord stamt uit het archaïsche Grieks. De grondgedachte is die van een slang die in zijn eigen staart bijt en zo een cirkel vormt: symbool van oneindigheid en tevens van de eeuwige herhaling in de natuur. Het symbool zelf is waarschijnlijk net zo oud als de mensheid en komt in bijna alle beschavingen voor. In deze spiralen van Sjoerd Buisman komt de laatste tak van de spiraal terug in de eerste: er is een oneindige ‘loop’ ontstaan.

E2 silphium

Gesloten Silphium Spiraal ( Ouroboros)  2015
Herbarium 78 x 68 x 82 cm

Waarom, zo vraag je je af, gebruikt Sjoerd Buisman verschillende planten of struiken of bomen, om daaraan dezelfde ingreep te doen? Waarom een Egelantier, een Roos, een Zonnekroon? Leent de een zich evengoed voor het staartbijten als de ander? Is er symboliek die wij verder moeten verstaan?  "In de middeleeuwse literatuur symboliseert de egelantier als witte roos zowel de hemelse als de aardse liefde, met name de reine liefde van de vrouw, terwijl de rode roos symbool staat voor de mannelijke eros".(Wikipedia) Maar hier is de kleur van de roos, en de bloem zelf, niet meer aanwezig en zien we alleen nog een deel van het gestel. Wat overblijft is de sculptuur als symbool voor de kringloop van de telkens terugkerende geboorte die volgt op de onvermijdelijke dood. Staartbijten heeft een prijs: het stopt de groei en verhindert de bloei.

E3 egelantier

Gesloten Egelantier spiraal (ourobos)
Brons 85 x 85 x15 cm

Er is wel iets vreemds aan de hand, iets onnatuurlijks' bij deze Ouroborossen. Ze spiralen, en het einde komt terug in het begin, en ze bestaan uit mooie rechte takjes, zoals je die in de natuur nauwelijks ziet. Dat zijn dus de ingrepen van de kunstenaar: hij gebruikt natuurlijk materiaal, maar vervormt het naar eigen doel door de takken recht te trekken, hij knakt en knipt ze om een vierkante spiraal te maken, en zet de uiteinden aan elkaar, dit alles met behoud van en diep respect voor de oorspronkelijke natuurlijke vorm.
Wanneer hij het oorspronkelijke materiaal in brons giet, vindt er een wonderlijk bewaren van de natuur plaats. Misschien zullen archeologen in het jaar 3000 vermoeden dat deze Ouroboros werkelijk in de natuur voorkwam, met een overeenkomstige, wonderbaarlijke groeiwijze als die van de maretak. Misschien zullen zij er zelfs het bewijs in zien dat Darwin geen gelijk had, of in ieder geval onvolledig was. De gesloten rozenspiraal, of die van de zonnekroon, weten intussen wel beter: ze zijn menselijke monumenten voor de eeuwige cyclus van de natuur.

E4 silphium en egelantier

Gesloten Silphium Spiraal en Egelantier ( Ouroboros)
Herbarium en brons 93 x 90 x25 cm

F HERACLEUM/BABEL WERKEN

F1 Kleinbrons.j

Heracleum/Babel; Diverse kleine bronzen

Heracleum kennen wij onder de naam Berenklauw. Die naam komt van de bladeren, die een beetje op de klauw van een beer lijken. Maar Sjoerd Buisman gebruikt in zijn werk niet de bladeren, maar de kenmerkende, geribbelde stam. De bladeren hebben een typische groeiwijze, alsof ze rondom de stam ontstaan. Als je ze weghaalt zie je een soort krans. Als je die krans wegsnijdt heb je dus een zuivere, bijna rechte staaf. Buisman monteert steeds kleinere en kortere stammen op elkaar, zodat zich een verjongende toren vormt. Het ritme waarin dat gebeurt is belangrijk.

F3 Heracleum aluminium

Heracleum 2006
Aluminium H= ca. 150 cm

Dat ritme spreekt vooral ons gevoel aan. De verhouding waarmee elk hoger gestapeld deel zich voegt naar het geheel, herbergt een zekere logica. Het tweede deel is niet precies de helft van het onderste, en het deel daarboven is weliswaar lager dan het tweede deel, maar kan zelfs weer meer zijn dan de helft daarvan. Waar komt dit ritme van verhoudingen vandaan? Heeft het iets te maken met de gulden snede? Of is het een opgave van het gevoel, dat de berekeningen van de zuivere ratio overstemt? Het is in ieder geval te beslist om zomaar toeval te zijn. Is het een ritme dat door de zuivere natuur zelf wordt gedicteerd?

F4 Heracleum Aluminium

Nee, dat is het niet. Navraag leert ons dat Sjoerd de stam van de Berenklauw ‘deconstrueert’ in kleine, enigszins gebogen ribbels. Deze componeert hij vervolgens in meer of mindere aantallen tegen elkaar, zodat ‘stammen’ ontstaan van diverse doorsneden. Deze brengt hij vervolgens op lengte, om zijn eigen groeiwijzen, lees ‘torens’ samen te stellen.

G DIVERSE WERKEN

Geheelde Wonden

 Geheelde wonden

Dit ‘werk’ van Sjoerd Buisman is in feite een werk van de natuur, dat zijn kunstwaarde verkrijgt door de speciale behandeling en het podium dat de kunstenaar er aan geeft.
Als je ooit zo’n stronk zou vinden, zou je kunnen vermoeden dat het toeval was. Maar door deze manier van verduurzamen en uitstallen wordt ons duidelijk gemaakt dat het niet om toeval gaat: het is een systematisch herstelfenomeen dat vaak in de natuur voorkomt en dat ons wijst op de veerkracht die bomen bezitten.

Senecio

Senecio 1996
Keramiek 120 x Ø 60 cm

Een onderfamilie van de familie van Fractalen wordt gevormd door de Senecio's. De Seneciofamilie bestaat uit bijna 100 soorten, die behoren tot de verzameling Grijskruid. Vanwege de grasachtige groeivorm wordt Grijskruid ook wel Berggras genoemd. In het Latijn ‘senex’, betekent zoveel als ‘oude man’. ‘Grijs’ heeft betrekking op de wit behaarde zaaddozen. In Nederland heet het geslacht 'kruiskruid', en dat kent meer dan 1500 soorten. Het verschil in Sjoerd Buismans interpretaties is het duidelijkst te zien als we de fractalen met de Senecio's vergelijken: de eerste zijn vooral uitstaande vertakkingen in de phyllotaxis structuur, de tweede paren de vertakkingen symmetrisch aan elkaar.

ZT inzichzelfgekeerd

Zonder Titel, (In zichzelf gekeerd) 1987-88
Papier Maché  60 x Ø120 x Ø120 cm

Deze spiraalvorm bestaat uit papier maché, dat in lagen over elkaar is gelegd, zoals de groeikringen ontstaan in de stam van een boom. De schijven strekken zich niet uit in één richting, maar de laatste keert weer terug bij de eerste, zoals in de sculpturen zal gebeuren van de ouroboros-familie, twintig jaar later. Onder druk van de spanning tijdens het draaien keren de schijven zich omhoog.

Boomschets 2013

Boomschets 2013-15 blauw

Deze boomschets maakt nogmaals duidelijk dat Buisman manipuleert. Niets aan deze boom en tegelijkertijd alles, verwijst naar de grillige groeiwijzen in de natuur. Maar deze groeiwijze is hier niet stand gekomen door een boom uit de natuur op een of andere wijze te beïnvloeden. Nee, het is duidelijk een samenstelling van een aantal verschillende, gevonden takken, die zich uiteindelijk allemaal verticaal oprichten. Een bij elkaar gezochte boom dus, waarbij het zoeken zich heeft laten leiden door iets dat het toeval uitsloot. De geselecteerde takken zijn vervolgens op een soort stam gemonteerd, waardoor er een nieuwe eenheid ontstond. Een schets niet van een boom maar voor een boom. Op mijn weblog noemde ik Sjoerd Buisman ooit ‘opbouwwerker van de natuur’. Die rol lijkt hij nog steeds te vervullen.